Select Page

Blauwvintonijn (rode tonijn)

Thunnus thynnus

    • MSC label
      Wildvangst
    • Atlantische Oceaan FAO 21, 27, 31, 34
      Ringzegen zonder lokboei (Fish Aggregation Device, FAD)
    • Middellandse Zee en Zwarte Zee FAO 37
      Handlijn, Hengel, Ringzegen zonder lokboei (Fish Aggregation Device, FAD)
    • Middellandse Zee
      Aquacultuur - Netkooien op zee
    • Atlantische Oceaan FAO 21, 27, 31, 34; Middellandse Zee en Zwarte Zee FAO 37
      Sleeplijn

    Biologie
    Atlantische blauwvintonijnen zijn toppredatoren die tot 40 jaar oud kunnen worden, ongeveer 4 meter lang kunnen worden en meer dan 600 kilo kunnen wegen, hoewel ze meestal met een lengte van 1-2 meter worden gevangen. Deze roofvissen leggen lange afstanden af in zee en kunnen hun lichaamstemperatuur meerdere graden boven de omgevingstemperatuur houden. Ze jagen op andere vissen zoals ansjovis, sardines en andere kleine pelagische soorten, maar ook op inktvis en schaaldieren. Er zijn twee populaties: een populatie in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en een populatie in het westelijke deel van de Atlantische Oceaan.

    Toestand van het bestand
    Eeuwenlang vingen kustgemeenschappen Atlantische blauwvintonijn die naar de Middellandse Zee trok om te paaien. Maar een toename van de wereldwijde vraag naar sushi in de jaren 1980 en 1990 leidde tot een dramatische daling, waardoor de soort op de rand van uitsterven kwam. Vanaf 2006 werden er eindelijk dringend noodzakelijke beheermaatregelen opgelegd, waaronder een drastische vermindering van het aantal vissersschepen, strenge quota en een harde aanpak van de ongebreidelde illegale visserij. Dankzij deze inspanningen begonnen de populaties toe te nemen.
    Bijna 20 jaar na het begin van de uitvoering van het herstelplan laten de laatste twee bestandsevaluaties zien dat de blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee niet langer wordt overbevist, wat een groot succes is voor de instandhouding. De vangstbeperkingen zijn aangepast aan de bestandsstatus, een krachtig instrument voor duurzamer beheer. Hoewel er onzekerheid blijft bestaan over de populatie in het westelijke deel van de Atlantische Oceaan, is het onwaarschijnlijk dat deze overbevist wordt. De stijgende zeetemperaturen zorgen echter voor een onzekere toekomst, nu al is vastgesteld dat de blauwvintonijn naar ongebruikelijke voedselgebieden migreert.

    Ecologische impact
    Zowel de traditionele tonijnvallen (“Almadraba” of “Tonnara”) als de handlijn- en hengelvisserij zijn selectieve vismethoden met een minimale impact op het mariene milieu. Pelagische beuglijnen daarentegen vormen een aanzienlijke bedreiging vanwege het hoge risico op het vangen van ongewenste bijvangst. Het grootste deel van de Atlantische blauwvintonijn wordt gevangen met ringzegenschepen en direct overgebracht naar kwekerijen om vetgemest te worden.
    Tonijn kweken of ranching is in feite het vetmesten van in het wild gevangen tonijn tegen zeer hoge ecologische kosten. Tonijnen die met ringzegens of vallen gevangen worden, worden overgebracht naar open netten waar ze gevoederd worden tot ze een hogere commerciële waarde bereiken. Dit legt een enorme druk op de toch al overbeviste sardine- en ansjovisbestanden, omdat er 15 kg wilde vis nodig is om slechts 1 kg tonijn te produceren. Daarnaast heeft de industrie een zeer grote ecologische voetafdruk.
    Het grootste deel van de Atlantische blauwvintonijn die op de markt komt, wordt geproduceerd tegen hoge milieukosten. Het moet daarom worden beschouwd als een zeldzame delicatesse en er moet bewust voor worden gekozen om het alleen te halen uit bronnen met een lage impact op het milieu.

    Beleid
    In alle gebieden waar blauwvintonijn bevist wordt, zijn er regionale organisaties voor visserijbeheer (RFMO) werkzaam die aanbevelingen doen op het vlak van quota en minimumgroottes voor de tonijnvisserij, maar vaak niet in staat zijn om hun eigen regels op te leggen en af te dwingen. In 2008 was de toestand van het bestand zo kritiek dat de organisaties wel moesten ingrijpen. Het verlagen van de totale toegestane vangsten en het versterken van controlemaatregelen hebben sindsdien de toestand van het bestand helpen verbeteren. Een duurzaam niveau in de populaties in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee werd bereikt bijna 20 jaar na het begin van de uitvoering van het herstelplan. De vangstbeperkingen zijn aangepast aan de bestandsstatus, een krachtig instrument voor duurzamer beheer.

    • Marine Stewardship Council - 1

    Pin It on Pinterest

    Share This